Leerplan Fagot
(voor het algemeen leerplan en examens blazers: kijk bij blazers)
1. Welkom aan de nieuwe leerlingen

Enkele tips voor de beginnende leerlingen.

De eerste les is het vooral de bedoeling enkele afspraken te maken met de leraar.

De aanschaf van een instrument is niet direct vereist. De leerlingen kunnen in principe een instrument huren tot en met het derde jaar dat ze Fagot spelen (L4; met dien verstande dat er instrumenten voorhanden zijn om te huren.) Wat de aankoop van een Fagot betreft: men kan dit in principe in bijna elke muziekinstrumentenwinkel doen, maar het is aan te raden zich toch te wenden tot winkels die zich specialiseren in blaasinstrumenten. Uiteraard kan men een beroep doen op de leraar, die u kan bijstaan met raad, en eventueel om voor u het instrument uit te proberen.

De les gaat nmaal per week door in groepjes van een drietal personen en duurt 1 uur.

De groepjes worden zoveel mogelijk samengesteld uit ll. Van dezelfde graad. In de mate van het mogelijke wordt er rekening gehouden met andere momenten dat de leerling aanwezig moet zijn op het conservatorium.

Het verloop van de cursus.

De totale cursus beslaat 9 jaar en bestaat uit 3 verschillende graden.

Lagere Graad (3 jaar) tot en met Lagere 4

Over het algemeen valt het einde van deze graad samen met het einde van de lagere school.

Tijdens het eerste jaar leert men de ademhalingstechnieken, het rietje en het instrument (het monteren en demonteren, naast de zorg die men aan het instrument moet besteden) kennen, naast de nootjes, zodat men na enkele maanden eenvoudige melodietjes kan spelen. (zo kan een beginnende leerling tegen december 'Zie ginds komt de Stoomboot' vlot spelen) De leraar werkt individueel groepsgericht: d.w.z. dat de leerlingen in groepjes leskrijgen, maar dat er rekening gehouden wordt met ieders eigen ritme, vaardigheid en ambitie. Naast het zelf leren spelen, wordt er ook veel aandacht besteed aan het leren luisteren naar de anderen (en naar zichzelf, wat op een blaasinstrument niet zo evident blijkt te zijn).

Tijdens de Lagere Graad wordt de basis gelegd van de noodzakelijke technieken om de Fagot te leren beheersen.

Naast algemene muzikaal belangrijke aspecten zoals ritme en klank (intonatie) wordt de ademhaling, het tonggebruik, de coördinatie tussen vingers, e.d.m. aangeleerd in hun basisvorm.

Het eindexamen van de lagere graad (L4) is dan beslissend in welke richting men de middelbare graad verder zet.

Middelbare Graad (3 jaar): M1-M3

Vanaf deze graad heeft men twee richtingen.

De richting samenspel (basisvorming)

In deze richting ontwikkelen de leerlingen zich op hun eigen tempo en kunnen zij zich meer toespitsen op bepaalde muziekstijlen die hun goedkeuring wegdragen. (klassiek, jazz, blues, pop, e.d.m.) Rekening houdend met algemene muzikale principes wordt de leerling begeleid naar een verantwoorde, persoonlijke beleving van zijn lievelingsmuziek.

De richting instrument (uitdieping)

Deze richting is vooral bedoeld voor leerlingen die de 'Fagotliteratuur' willen ontdekken en er misschien aan denken om later de professionele weg in te slaan. Men heeft aandacht voor alle aanwezige technieken en stijlen en men probeert zich te onderscheiden door zijn artistieke prestatie.

Hogere Graad (3 jaar): H1-H3

Beide richtingen blijven bestaan en worden verder uitgebouwd. De leerlingen worden verder voorbereid om later zelfstandig hun hobby (of hun beroep) te kunnen beoefenen. Hiervoor krijgen ze dan ook heel wat bagage mee.

Aspecten zoals het zelf maken van een volledig riet, het onderhoud van een instrument, het verder uitdiepen van het leren luisteren naar anderen en zichzelf (klank, articulatie, co rdinatie tss. tong en vingers, haalbare repertoirekeuze, e.d.m.) zijn dan ook aspecten die in deze Hogere Graad aan bod dienen te komen.Deze graad (H3) wordt afgesloten met een presentatie naar een publiek en een jury toe.

Na de opleiding.

De alumni blijven natuurlijk altijd welkom als zij ergens toch nog raad of hulp nodig hebben, bv. als zij in hun muziekvereniging een moeilijke passage hebben,bij problemen met hun rietje of hun instrument, of eventueel wanneer zij geen gepaste muziek vinden voor hun optreden.


2. Het leerplan

Ik ben vertrokken vanuit "Fagot-onderricht Een beknopt didactisch schema" van de hand van de heer Bart Snauwaert (eindwerk voor de pedagogische afdeling van het Koninklijk Muziekconservatorium Brussel).

Dit is nog opgesteld voor Lagere Graad (A en B), Middelbare Graad (A en B), Hogere Graad (A en B) en de Uitmuntendheidsgraad (A en B). Mits enkele aanpassingen wat de nieuwe structuur betreft, is dit schema goed toepasbaar. Gezien de grootte van het instrument vergt de aanpak van kinderen die op 8 9 jaar met fagot beginnen (L2) m.i. toch wel enkele toegevingen. Hun constitutie (lengte van de linkerringvinger, kracht) stelt ons af en toe wel eens voor extra problemen. (Mits wat geduld zijn deze problemen zeker te overwinnen.)

LAGERE GRAAD 2 - 4

Voor de Lagere graad werk ikzelf vooral met 'Learn as you play Bassoon' (Peter Wastal), 'Fagotterie I en II' (Jan van Beekum) en 'Fagottstudien I en II' (Julius Weissenborn), aangevuld met stukjes met piano.

Enkele aandachtspunten in het begin zijn:

Ademhaling: vooral aandacht over het hoe van de ademhaling (naar het einde van de lagere graad komt de aandacht geleidelijk aan over het waar van de ademhaling)

Het riet: + mondstand: belangrijk is dat de leerling niet op het riet bijt + stand van de tong: tong onder het riet !: staccato gebeurt niet echt met de tongtop maar juist erboven (aandacht voor het hoe van de toonaanzet: -t-, -d-, -th-, .....) (oefeningen met het riet zonder het instrument)

Aanvoelen van natuurlijke resonantieruimtes (sinus, neus, mond, keel, borst)

Opbouw en afbreken van het instrument (+onderhoud met wissers !)

Houding bij het spelen (zittend of staand) (belangrijk is dat het hoofd mooi recht op de romp staat en dat de rug recht is)

Speciale aandacht voor het lezen van de Fa-sleutel (aangezien die pas in de L2 aangeleerd wordt in de A.M.V.)

Grote aandacht voor een goede ritmische basis.

Opbouw van de Tessituur: Bes-g' (sommigen f'): co rdinatie van de vingers bij het gelijktijdig bewegen (vooral van f-g, of f-fis of e-fis of fis-gis of bes-as, en bovenaan d'-e', e'-fis', f'-g', e.a.)

Heel belangrijk is de co rdinatie tussen de tong en de vingers (in het begin ligt de nadruk op het gelijk bewegen en geleidelijk wordt de snelheid daaraan toegevoegd): in het begin is het voor kinderen heel moeilijk om bogen te combineren met een stabiele toon en een goed ritme

Speciale aandacht voor een gelijkmatige toon (eerder dan aandacht voor dynamiek: 'p' spelen is voor kinderen een moeilijke opgave omwille van fysische redenen; om diezelfde reden zullen bepaalde 'hoge' noten ook neiging hebben om te laag te zijn (dit laatste vooral in de L2).

Toonladders en oktaafoefeningen kunnen hier soms wonderen verrichten.

Zichtlezen heeft voor sommige leerlingen een heilzame werking.

Gebruikmakend van het groepsgericht lesgeven kunnen we de leerlingen ook leren luisteren naar hoe hun medeleerlingen spelen (niet alleen luisteren naar foutjes, maar zeker ook naar klank, ritme, e.d.m.) Eventueel wijzen op bepaalde opnames die bestaan van stukjes die ze zelf ook kunnen spelen. (lijst met CD's die in de handel te verkrijgen zijn staat vooraan in de cursus voor L2)

MIDDELBARE GRAAD 1 - 3

'Wat vingerzettingen en ademtechniek betreft moet de leerling die de lagere graad verlaat reeds aardig op weg zijn. De middelbare graad brengt slechts enkele nieuwe vingerzettingen, maar is er vooral op gericht om de techniek te vergroten, de sonoriteit en het volume open te laten komen en ook heel wat muzikale bagage op te doen.' (zie: Bart Snauwaert) Toch ben ik van oordeel dat het vooral in de Middelbare graad is dat de leerling (de kinderen of jongeren toch) leert waar hij/zij best ademt. (fysische redenen)

In deze periode moet men extra aandacht besteden aan de houding. (groeifase van de jongere)

Nieuwe vingerzettingen: gis', a' ,bes', b' en c'' (vingerzettingen moeten gezocht worden voor elke combinatie van mens en instrument) Voor moeilijke bindingen leren we de 'aanspreeksleutels' gebruiken (oefeningen voor de linkerduim)

De dynamiek en de techniek moeten verruimd worden. (Toonoefeningen (eventueel vermelden van vibrato) en Toonladders)

Gebruik van de verdubbelingen van Bes/bes, Fis/fis, Gis/gis, cis'

Kennismaking met de tenorsleutel (speciale oefeningen zijn hiervoor zeker noodzakelijk)

Kennismaking met de versieringen (bijters, trillers, grupetto): heel dikwijls zijn hiervoor speciale vingerzettingen noodzakelijk. (trillen en ondertussen blijven tellen vereist een goede ritmische basis)

Ook hier hebben we veel aandacht voor zichtlessen.

HOGERE GRAAD 1 - 3

Nieuwe vingerzettingen: cis'' en d''(eventueel: dis'', e'' en heel uitzonderlijk f'')

Verder gebruik van de tenorsleutel.

Verder uitdiepen van het gebruik van de aanspreeksleutels.

Vooral aandacht voor de homogeniteit over de gehele tessituur !! (een stevige toon)

Verder uitbreiden van de technische mogelijkheden. (alternatieve vingerzettingen)

Aandacht voor het stijlgevoel en de muzikaliteit (vibrato: waar; ademhaling: waar; crescendo; decrescendo, accenten )

Verder uitdiepen van de versieringen: bijter (omhoog en omlaag); triller (met naslag).

Het aspect 'klankkleur' kan voor sommigen een verrijking betekenen. (technisch: vibrato: hoe; alternatieve vingerzettingen)

Zichtlessen blijven belangrijk net zoals Toonoefeningen, Vibrato-oefeningen, en Toonladders ( over de gehele tessituur: gelijkmatigheid wat betreft tempo en toonkwaliteit blijven ons 1° doel)

* Speciaal aandacht voor het groot probleem van de dubbelrietblazers: het riet:

Elk jaar organiseren we een rietendag waarop de leerlingen (alle graden; volwassenen en kinderen) het basismateriaal leren maken.

Vanaf de Middelbare Graad (volwassenen), of vanaf de Hogere Graad (jongeren) letten we op de 'stielkennis' van het krabben van een riet dat aan de eigen behoeften van de leerling beantwoordt wat betreft opening, verhoudingen, intonatie, aanzet (zowel in de laagte als de hoogte)en klankkleur. (voorwaar een hele opgave).

Thuis SCB