|
Leerplan Instrumentaal
Ensemble
|
1. Visie en
organisatie
1.1
Visie
De cursus
instrumentaal ensemble brengt een verrijking en
verruiming aan bij de leerlingen. Na de homogene
ensembles van het samenspel gaan we in het i.e. naar
meer diversiteit in het instrumentarium. De
individuele niveauverhoging en ontplooiing vormen een
belangrijke factor in de opleiding doch steeds in
functie van de groep. Na deze opleiding moet de
leerling in staat zijn om post-scolair te kunnen
blijven musiceren in: kamerorkest, harmonie,
brassband, fanfare, jazzensembles, pop- of rockgroep
1.2 Organisatie
1.2.1 De
verdeling van de groepen gebeurt in het begin van het
schooljaar door het vakteam.
De leerling H1 krijgt de kans om op zijn
herinschrijvingsformulier een voorkeur van leraar en
dag en uur kenbaar te maken.
Begin september wordt in vakoverleg bekeken in
hoeverre op de desiderata van de leerlingen kan
ingegaan worden.
1.2.2 Alle snaren worden verplicht naar het orkest te
gaan.
Indien zij dit wensen kunnen ze op vrijwillige basis
ook de cursus i.e. volgen.
1.2.3 Er wordt niet geopteerd voor een duidelijke
splitsing van de optie samenspel en instrument. Wel
wordt erop toegezien dat de groepsindeling gebeurt in
functie van de mogelijkheden van de individuele
leerling.De beide richtingen (samenspel/instrument)
komen aan bod en krijgen een persoonsgerichte
invulling op basis van een aangepast programma.
1.2.4 In de loop van het schooljaar kunnen waar nodig
de groepen herschikt worden.
1.2.5 Het projectmatig werken biedt mogelijkheden om
de cursus anders in te vullen.
Tussendoor kan afgerond worden via een evaluatie. Het
projectmatig werken mag het schooljaar niet
inkorten.
1.2.6 Als communicatiemiddel tussen leraar, leerling
en ouders wordt de agenda gebruikt.
Wekelijks worden daarin door de leerling de opdrachten
en eventuele opmerkingen genoteerd.
1.2.7 Op het einde van ieder schooljaar wordt voor
iedere cursus een examen georganiseerd ;
Overgangsgraden (H1- H2) Zij spelen twee werken met
een tijdsduur van ± 10
De leerlingen H3 leggen een openbaar examen af zij
brengen een programma van ± 15 met minsten
2 werken van verschillende stijlperiode.
1.2.8 Er wordt in de mate van het mogelijke gewerkt
naar een auditie maar ook bijkomende uitvoeringen in
functie van vakoverschrijdende samenwerking worden
gepland. Dit kan gaan van het voorbereiden van het
jaarlijkse kunstenbad.
Het concerteren maar vooral het samen werken aan een
project is belangrijk. Het hoofddoel blijft zoveel
mogelijk te smaken van het plezier van het
samenspelen.
1.2.9 Voor oude muziek en slagwerk wordt de cursus
i.e. afzonderlijk georganiseerd
2. algemene
doelstellingen
De cursus
instrumentaal ensemble is er niet in de eerste plaats op
gericht het leren van de studenten te
bevorderen, wel het musiceren. Dit gebeurt
grosso modo in twee fasen : een
ontdekkingsfase, die sterk sturend begeleid
wordt (het samenspel) en een
uitwerkingsfase die banend begeleid wordt en
de studenten tot een zekere muzikale volwassenheid moet
voeren (het instrumentaal ensemble).
De plaats van het (school)orkest is vanuit beide fasen te
verantwoorden.
De doelstellingen van beide fasen zijn eigenlijk voor een
groot gedeelte gelijklopend maar zijn duidelijk
kwalitatief verschillend.
Het vak instrument en het vak i.e. zijn
complementair.
We moeten steeds voor ogen houden dat de ultieme
doelstelling blijft :
De persoonlijke vreugde die men beleeft aan het
musiceren met anderen.
Het gehele samenspelproces kan worden benaderd
vanuit drie gezichtspunten:
Het sociale &endash; het instrumentale
&endash; het culturele
Het sociale :
Als ik ondergaat de mens zijn ervaring,
maar door ervaring als wij bouwt hij de
gemeenschappelijke wereld waarin hij leeft ((M.
Buber)
Twee facetten :
relatiepatronen tussen de diverse stemmen duidelijk maken
: de musicerende jongere (ik) en de
buitenwereld (wij)
Het instrumentale - vocale
:
Bewerkstelligen van een grotere beheersing van de
speeltechnieken, eventueel uitbreiding van die technieken
en functionaliseren ervan in relatie tot het belang en de
rol van een stem, van de structuur van het
muziekwerk.
Het culturele : belang van de muziek en
zijn componist, tijd en uitvoerder.
Wat zijn de algemene doelstellingen ?
Cognitief
Uiteraard
spreekt het voor zich dat hier bepaalde doelstellingen
meer betrekking hebben tot het samenspel, andere dan
weer tot het instrumentaal &endash; of vocaal
ensemble.
Op het vlak van de muziekanalyse : inzicht verwerven
in de structuur van melodieën , harmonieën,
vorm, relaties van de stemmen
Muziekgeschiedenis : iets weten over de componist, de
tijd of de stijl, bijzonderheden over het te spelen
werk
Instrumentkunde : weten welke eigenheden en
mogelijkheden &endash; problemen zijn van de
meespelende instrumenten
Bij de uitvoering :
Weten of de tekst correct werd gespeeld, of de
belangrijkste stem voldoende uitkwam, of
articulaties/fraseringen voldoende verzorgd werd,
intonatie, sonoriteit.
Weten hoe men een teken moet geven en waarom
(ademhaling !)
Weten dat gelijke formules op dezelfde wijze
moeten worden uitgevoerd en dit kunnen controleren
Weten wat bij zichtlezing als essentieel en
wat als bijkomstig kan beschouwd worden.
Weten hoe een complex ritme moet ingestudeerd
moet worden - hoe een akkoord moet worden opgestapeld
om tot een zuivere intonatie te komen &endash; om een
zin over de verschillende stemmen te laten klinken
Weten dat het niet voldoende is de eigen tekst
vlekkeloos te spelen.
Affectief
Affectieve
doelstellingen kunnen steeds beginnen met de wil
om of aanvoelen van. Vb. de wil tot
samenwerking, aanvoelen van interpretaties maar ook
respect voor de vrienden ; dus opschorten van
negatieve reacties bij fouten en hulp willen
verstrekken
Genieten van een harmonische wending , van een
resultaat dat energie en geduld vraagt maar ook
fantasie.
Ontwikkeling van de verantwoordelijkheidszin, van de
concentratie, het leren boeiend vinden van elke stem,
van het esthetische aspect van muziek en het sociale
van het samenspel
Deze doelstellingen kunnen niet geprogrammeerd worden,
ze lopen als een rode draad doorheen alle lessen en
bepalen mee het klimaat in de klas !
Motorisch
Motorische
doelstellingen ontstaan vanuit de tekst of hebben een
algemeen karakter. Tot deze laatste soort behoren :
het zitten (houding), het optreden, het teken geven,
de muzikaal-verantwoorde beweging, het beëindigen
van een zin, van een muziekstuk
Bij het teken geven onderscheidt men : de
voorbereidende actie &endash; de betekende actie
(beeldend bewegen) &endash; de afsluitbeweging.
Tot de eerste soort behoren alle instrumentale acties
die muzikale gevolgen hebben : manier van
staccato-spelen, gebruikte strijkstoklengte, plaats in
de boog, plaats van aantokkelen, gebruikte
vingerzetting
. Het streven naar homogeniteit
vereist dus een perfecte beheersing van de motorische
actie (regelmaat, dosering &endash; tijdsstructuur
&endash; uithouding
)
Het verwachte akoestisch resultaat is richtinggevend,
niet de mogelijke instrumentale
demonstratie zoals in de instrumentklas.
Het is de bedoeling om te zoeken naar (eventueel +
collega) goed klinkende maar zo eenvoudig mogelijke
vingerzettingen, boogvoeringen, ademhalingen
.
In het instrumentaal ensemble kan evenwel de leerling
aangespoord worden zelf suggesties naar voor te
brengen. Beslissingen betreffende de motoriek zijn
gekoppeld aan het muzikale en kunnen dus een
persoonlijke oplossing krijgen.
Bijzondere aandacht gaat naar de motoriek bij de
stemmen die tempobepalend zijn ;
Bij de blazers of zangers, in verband met tijdig
ademen ; de fragmenten waar moet worden overgenomen of
verder gezet (motorische én affectieve
doelstellingen vereist &endash; het zogenaamde
estafette-idee)
Er wordt ook gelet op de houding van de leerling als
ze niet spelen !
|