Leerplan Strijkers
(Viool - Altviool - Cello - Contrabas)

1. Welkom aan de nieuwe leerlingen

Enkele tips voor de beginnende leerlingen.

De eerste les is het vooral de bedoeling om enkele afspraken met de leraar te maken.

De aankoop van een instrument is niet vereist aangezien U een strijkinstrument, met strijkstok en kist / hoes (in de maten 1/4, 2/4, 3/4 en 4/4) kan huren in het conservatorium. Dit tegen een democratische prijs gedurende een viertal jaren. Eens in de middelbare graad vragen wij over te gaan tot de aankoop van een goed studieinstrument. De leraar is de best geplaatste persoon om advies te geven omtrent een eventuele aankoop. Dit kan zowel in nieuwbouw als tweedehands.

Hou er rekening mee dat de broze strijkinstrumenten op een veilige manier naar de les moeten komen. Met een, voor kleine kinderen, onhandig te verhuizen instrument als de cello is het aan te raden met de auto naar de les te komen. (Eventueel in beurtrol) Voor de contrabas, die nog veel onhandiger is, stelt zich dat probleem minder. U huurt een instrument voor thuis, in de klas speelt U op een klasinstrument van een zelfde formaat. De leerling brengt enkel zijn persoonlijke strijkstok mee naar de les.

De les gaat éénmaal per week, in groepjes van een drietal personen, door en duurt één uur. Het concrete lesrooster wordt in gezamenlijk overleg (ouders, leraar, nevencursussen, vervoer,...) opgesteld bij het begin van het schooljaar. De groepjes worden zoveel mogelijk samengesteld uit leerlingen van een zelfde graad. Er kan eventueel gezocht worden naar een lesuur dat zoveel mogelijk aansluit bij de cursus AMV.

Het verloop van de cursus.

De totale cursus beslaat 9 jaar en bestaat uit 3 verschillende graden.

LAGERE GRAAD (3 jaar) L2-L4

Tijdens het eerste jaar leert men er op een vlotte manier de noten aan. Na enkele maanden kan de leerling al enkele eenvoudige stukjes spelen. Een leergierige houding en een goed gehoor zijn zeker pluspunten.

Alhoewel men met groepjes werkt van hetzelfde jaar wordt er toch niemand geremd in de groep. Een leerling die meer oefent dan een andere maakt sneller vorderingen, vandaar de term individueel groepsgericht onderwijs.

Tijdens de daaropvolgende jaren worden verschillende technieken aangeleerd en ontwikkeld.

Het eindexamen van de lagere graad valt samen met het einde van de lagere school en is bepalend voor de richting die men volgt in de middelbare graad.

MIDDELBARE GRAAD (3 jaar): M1-M3

Vanaf de middelbare graad krijgt de leerling de kans het geleerde in de praktijk om te zetten en zich te bekwamen in het orkestspel. Met medestudenten van de andere strijkinstrumentklassen wordt in het vak samenspel onder de leiding van een bekwaam dirigent wekelijks samen gemusiceerd. De nodige basiskennis om het instrument te gebruiken om met anderen muziek te maken wordt in deze les aangeleerd. Zo leert men ook hoe je thuis met vrienden een muziekstukje zelfstandig kan inoefenen.

Vanaf deze graad heeft men twee richtingen: Instrument en Samenspel

HOGERE GRAAD (3 jaar): H1-H3

Beide richtingen blijven bestaan en worden verder uitgebouwd.

De leerlingen worden gedurende drie jaar voorbereid om later zelfstandig te kunnen werken, zich muzikaal te ontplooien en een persoonlijk repertoire uit te bouwen. Hiervoor hebben ze dan ook heel wat bagage meegekregen.

Tijdens de hogere graad wordt de cursus samenspel vervangen door de cursus orkestspel. In deze cursus maken de leerlingen kennis met een basisgenre in de klassieke muziek waar blazers en strijkers in een groot aantal de meest diverse genres vertolken. Daarnaast is ook de cursus instrumentaal ensemble toegankelijk, daar krijgt de leerling de kans om in kleine groepjes de rijke wereld van de kamermuziek binnen te treden.

De hogere graad wordt afgesloten met een examen in concertvorm. In vele gevallen valt dit ook samen met het beÎindigen van de middelbare school.


2. Het leerplan

LAGERE GRAAD

Lagere graad 2
- correcte houding van instrument en lichaam

- nadruk op goede intonatie d.m.v. vergelijken met open snaren, meezingen enz…

- respect voor de tekst (juiste noten, juiste vingerzettingen, juiste bindingen,…

- correcte ritmiek en dynamiek

- eenvoudige stukjes met snaarwisseling, afgeleid uit de basistoonladders

- onderscheid tussen lange, halflange en korte noten, met het daarbijbehorende booggebruik.

- rationeel verdelen van de booglengte: gans de boog, bovenste helft, onderste helft, wisselstreek

- onderhoud een beschrijving instrument

- geheugenstukje is geen verplichting doch geeft een meerwaarde aan de prestatie

Lagere graad 3

- zelfde eisen als L2 doch toegepast op een moeilijker tekst

- stukjes met gebruik van verschillende grepen

- uitvoeren van de verschillende articulaties: martelé, portato, staccato, legato

Lagere graad 4.

- zelfde eisen als L3 doch toegepast op een moeilijker tekst, en met hoger niveau van toonvorming en intonatie

- uitbreiding van de grepen

- kennismaking met eenvoudig positiespel met eventueel de daarbijbehorende positiewisselingen en intervallen

- sporadisch gebruik van eenvoudige dubbelgrepen, pizzicato

MIDDELBARE GRAAD

De richting instrument (uitdieping)

Deze richting is vooral bedoeld voor leerlingen die van hun eigen instrumentstudie een ernstige hobby maken of er eventueel aan denken om later de professionele weg in te slaan.

Globaal gezien kan men stellen dat de vereisten van afwerking en de hoeveelheid leerstof (repertoire) hoger ligt dan in de richting samenspel.

Zo hoog mogelijke individuele kwaliteit wordt echter in beide richtingen nagestreefd.

Middelbare 1

- uitbreiding van grepen en positiespel

- vlottere positiewisselingen

- eenvoudige analyse van de te spelen stukken

- aanvang vibrato, eenvoudige versieringen,

Middelbare 2

- inzicht en begrip van meerdere posities

- meer gedifferentieerd gebruik van de boog

Middelbare 3

- vlot gebruik en begrip van de halsposities met alle grepen

- nadruk op expressie, klankschakering

- kennis en gebruik van natuurlijke harmonieken

- aandacht voor sfeer, karakter, tempo

- muzikale stijlen met de daarbijbehorende speeltechnieken

- opbouw van een persoonlijk repertoire

De richting samenspel (basisvorming)

In deze richting ontwikkelen de leerlingen zich op hun eigen tempo en kunnen ze ook hun voorkeur geven aan verschillende stijlen.

Er wordt aandacht besteed aan de uitbouw van een eigen repertoire. De leraar helpt hierbij om de leerling op de best mogelijke manier te laten evolueren.

 

 

 

Middelbare 1

- uitbreiding van grepen en positiespel

- eenvoudige analyse van de te spelen stukken

 

 

Middelbare 2

- vlottere positiewisselingen

- aanvang vibrato, eenvoudige versieringen

 

Middelbare 3

- vlot gebruik van de basisposities

- nadruk op intonatie en volume

- opbouw van een persoonlijk repertoire

- muzikale stijlen met de daarbijbehorende speeltechnieken

HOGERE GRAAD

De richting instrument (uitdieping)

- uitbreiding naar hogere posities

- opvoeren van snelheid en afwerking

- speciale vingerzettingen, glissando, portato, eigentijdse en bijzondere technieken, col legno, sul ponticello,…

- natuurlijke en kunstmatige harmonieken

- grotere zelfstandigheid bij het zoeken van vingerzettingen en boogstreken in functie van interpretatie en stijlinzicht

- opbouw van een persoonlijk repertoire van uiteenlopende moeilijkheidsgraad

optie samenspel

- vlot gebruik en inzicht van de halsposities met alle grepen

- uitbreiding naar hogere posities

- eenvoudige harmonieken

- grotere eisen qua expressie, klank- en kleur-schakering

- verdere uitbouw van een persoonlijk repertoire van een vrij niveau

 


3. Het examenprogramma

LAGERE GRAAD:

L2:
- 2 werken naar keuze

L3:

- 2 werken naar keuze

L4:

- 1 étude

- 1 plichtwerk

- 2 repertoirestukken (één van deze stukken dient uit het geheugen gespeeld worden)

MIDDELBARE GRAAD

optie instrument:

M1: - 1 stuk en 1 étude

M2: - étude en 1 stuk met piano

M3: - 1 étude - 1 plichtwerk en 2 stukken met piano (één van deze stukken dient uit het geheugen gespeeld worden)

optie samenspel:

M1: - 1 étude en 1 stuk

M2: - 1 étude en 1 stuk met piano

M3: - 1 étude en 2 stukken met piano

HOGERE GRAAD

optie instrument:

H1: - 1 étude en 2 stukken (1 met piano)

H2: - 1 étude en 2 stukken met piano

H3: - 1 étude &endash; 1 plichtwerk en 3 stukken met piano (één van deze stukken dient uit het geheugen gespeeld worden)

optie samenspel:

H1: - 1 étude en 1 stuk met piano

 

H2: - 1 étude en 1 stuk met piano

H3: - 3 stukken (waarvan 2 met piano)

Opmerkingen:

Voor de optie samenspel kunnen etude of stuk met piano vervangen worden door een duo met een medestudent of leraar.

Het staat ook vrij om meerdere stukken met piano te spelen als de begeleiding verzorgd wordt door de leraar of een leerling uit de pianoklas.

Thuis SCB