De totale cursus
beslaat 9 jaar en bestaat uit 3 verschillende graden.
Lagere graad (3 jaar)
Tijdens het eerste jaar
wordt vooral aandacht geschonken aan de ademhaling met
het middenrif. Dit is essentieel om een goede
blaastechniek te verkrijgen. Ook leert men de noten van
de toonladder aan. Op het einde van het eerste jaar kan
men reeds eenvoudige melodietjes spelen, eventueel met
begeleiding van een CD. Alhoewel men met groepjes van het
hetzelfde jaar werkt wordt er toch niemand in de groep
geremd. Een leerling die meer oefent dan een andere maakt
sneller vorderingen, vandaar de naam individueel
groepsgericht onderwijs. Tijdens de daaropvolgende jaren
worden verschillende technieken verder aangeleerd en
ontwikkeld. Het eindexamen van de lagere graad is dan
beslissend in welke richting men de middelbare graad
verder zet.
Middelbare graad (3
jaar)
Vanaf deze graad heeft
men twee richtingen.
1 ) De
richting samenspel In deze richting ontwikkelen de
leerlingen zich op hun eigen tempo en kunnen zij ook
hun voorkeur geven aan verschillende stijlen. Sommigen
voelen meer voor klassiek, anderen meer voor de
blaasmuziek (harmonie, fanfare, brassband). De leraar
helpt hierbij om de leerlingen op de best mogelijke
manier te laten evolueren. Ook het leren samenspelen
met andere leerlingen is hier van groot belang.
2) De richting
instrument Deze richting is vooral bedoeld voor
leerlingen die meer aanleg hebben voor het instrument.
Ook leerlingen die er eventueel aan denken om later de
professionele weg in te slaan komen in deze richting
aan bod.
Hogere graad (3 jaar)
Beide richtingen
blijven bestaan en worden verder uitgebouwd. De Iln.
worden tijdens die 3 jaar voorbereid om later zelfstandig
te kunnen werken en zich verder te ontplooien. Hiervoor
hebben ze dan ook heel wat bagage meegekregen. Deze graad
wordt afgesloten met een examen in concertvorm.