Barokcello

De barokcello is de voorloper van de moderne cello.

Sedert het ontstaan van de cello rond 1600 heeft het instrument een hele evolutie doorgemaakt. Zo bestonden er cello’s in verschillende groottes: de grote basviool (basse de violon) met 3 of 4 snaren en kleine cello met 5 snaren (violoncello piccolo). De vorm van de huidige cello werd vastgelegd door Antonio Stradivari in Cremona rond 1700 met het zogenaamde B-model. Hierin verenigde hij een stevige bastoon met een zangerige tenorklank. Onze barokcello’s zijn naar dit voorbeeld gebouwd. Een barokcello heeft geen pin, maar wordt tussen de knieën gehouden en rust op de kuiten. Het instrument is lichter gebouwd, heeft een baroktoets en -kam en is met darmsnaren bespannen. Wij spelen in barokstemming (415 Hertz) en strijken met een barokstok. Wij streven naar een stijlgetrouwe interpretatie met respect voor het historische karakter van het instrument. Wij gebruiken zoveel mogelijk facsimile-uitgaven van manuscripten of eerste drukken en maken zo een boeiende ontdekkingstocht doorheen 150 jaar oude muziek voor cello, zowel in de rol van solist als basso continuo speler!